Geschreven doorScheidingsexpertBijgewerkt op

Wat is een omgangsregeling?

Een omgangsregeling legt vast wanneer uw kind bij de ouder is waar het niet hoofdzakelijk woont. Denk aan een vast weekend, een doordeweekse avond, de verdeling van vakanties en hoe u feestdagen afwisselt.

Belangrijk om te weten: omgang is in de eerste plaats een recht van het kind. Uw kind heeft recht op contact met u allebei, en u heeft als ouder het recht en de plicht om dat contact te onderhouden. Die volgorde verklaart waarom een rechter er anders naar kijkt dan ouders vaak doen.

Bestaat er een minimale omgangsregeling?

Nee. Er staat nergens in de wet hoeveel dagen of uren een ouder minimaal recht heeft. Dat is een hardnekkig misverstand, waarschijnlijk omdat de regeling van eens per veertien dagen een weekend zo vaak voorkomt dat het een norm lijkt.

Wat er wél is, is gewoonte. Om de week een weekend plus de helft van de vakanties is een veelgebruikt uitgangspunt, en rechters grijpen daar bij gebrek aan afspraken vaak op terug. Maar het is een startpunt, geen recht. Past een andere verdeling beter bij uw werk, de leeftijd van uw kind of de afstand tussen uw woningen, dan spreekt u dat gewoon af.

Omgang als u geen gezag heeft

Ook zonder gezag houdt u recht op omgang met uw kind. Gezag en omgang zijn twee verschillende dingen: gezag gaat over meebeslissen over school, medische zaken en verblijf, omgang gaat over contact.

Wordt u dat contact geweigerd, dan kunt u de rechter vragen een regeling vast te stellen. Die wijst een verzoek alleen af in ernstige gevallen, bijvoorbeeld als contact schadelijk zou zijn voor het kind. Een moeizame verhouding tussen ouders is op zichzelf geen reden om omgang te weigeren.

Wat als uw kind niet wil?

Dit is de moeilijkste situatie die er is, en er bestaat geen snelle oplossing voor. Wel een paar dingen die houvast geven.

Vanaf twaalf jaar wordt uw kind door de rechter gehoord en weegt zijn of haar mening mee. Dat betekent niet dat een kind van twaalf zelf beslist. Ook een jonger kind mag iets vinden, maar de verantwoordelijkheid voor de omgang blijft bij u beiden liggen.

Van de ouder bij wie het kind woont, wordt actief verwacht dat die het contact stimuleert. “Hij wil zelf niet” is juridisch geen geldige reden om een regeling te laten verwateren. Tegelijk werkt een kind dwingen zelden. Wat wel helpt, is uitzoeken waar het echt over gaat: soms is het loyaliteit naar de ene ouder, soms een sportwedstrijd op zaterdag, soms iets wat allang is voorgevallen en nooit is uitgesproken. Een gesprek onder begeleiding brengt dat sneller boven tafel dan nog een discussie tussen u tweeën.

De omgangsregeling wordt niet nagekomen

Staat de regeling in een beschikking van de rechter, dan is die afdwingbaar. U kunt nakoming vragen en de rechter kan daaraan een dwangsom verbinden. In uitzonderlijke gevallen zijn zwaardere middelen mogelijk, maar dat is echt het uiterste.

Of het structureel niet nakomen ook strafbaar is, hangt van de omstandigheden af en dat oordeel is aan het Openbaar Ministerie. Ga er niet van uit dat één aangifte de situatie oplost; in de praktijk gebeurt er dan meestal weinig.

Zit u vast, begin dan bij mediation. Dat klinkt als de langzame route, maar een dwangsom herstelt geen vertrouwen en uw kind merkt daar niets positiefs van. Een afspraak waar u allebei achter staat, houdt het langer vol dan een die is opgelegd.

Een omgangsregeling voor een baby of peuter

Bij hele jonge kinderen draait het om regelmaat. Korte, frequente momenten werken beter dan een lang weekend: een baby heeft nog geen besef van tijd en mist een ouder al na een paar dagen. Naarmate uw kind ouder wordt, kunnen de periodes langer worden.

Spreek daarom niet één regeling af voor de komende tien jaar, maar leg vast wanneer u hem opnieuw bekijkt. Bij jonge kinderen is jaarlijks een reëel ritme.

Hoe legt u de regeling vast?

De omgangsregeling hoort in uw ouderschapsplan, dat met het echtscheidingsverzoek meegaat naar de rechtbank en aan de uitspraak wordt gehecht. Daarmee is hij bindend.

Wees concreter dan u denkt nodig te hebben. Niet “in onderling overleg”, maar: welke dagen, hoe laat, wie haalt en brengt, wat gebeurt er bij ziekte, hoe verdeelt u de zomervakantie en wanneer laat u het weten als het een keer niet uitkomt. Vage afspraken zijn prettig zolang het goed gaat en waardeloos op het moment dat u ze nodig heeft. Wilt u een gelijkere verdeling, kijk dan naar co-ouderschap.